Sunday, November 20, 2016

Moeten vakbonden zich met de politiek bemoeien

In maart 2017 wordt er gestemd voor de Tweede Kamer. Op de kandidatenlijsten staan verschillende bekende personen met een vakbondsachtergrond, maar dit valt in het niet bij de situatie voor 1960, toen één op de vijf Kamerleden een vakbondsachtergrond had.

Hoeveel vakbondsmensen er op de kandidatenlijsten staan is op zich niet zo belangrijk. Belangrijker is hoe vakbonden zich verhouden tot de politiek. In Den Haag (en Brussel) worden de spelregels gemaakt die de verhoudingen op de arbeidsmarkt bepalen. En vaak trekken werknemers daarbij aan het kortste eind. Vakbonden mogen zich best wat assertiever met de politiek bezighouden - maar hoe?

Opkomst bevorderen

Bij landelijke verkiezingen blijft 20 à 25% van de kiesgerechtigden thuis; bij lokale verkiezingen vaak zelfs bijna de helft. En de opkomst is ongelijk: hoog opgeleiden stemmen vaker dan laag opgeleiden; ouderen vaker dan jongeren. In rijke buurten zoals de Apollobuurt in Amsterdam-Zuid is de opkomst hoog en wordt vaak op VVD en D66 gestemd. In armere buurten zoals Bijlmer-Centrum en Geuzenveld wordt vaker op PvdA en SP gestemd, maar hier blijven veel mensen thuis bij verkiezingen (toelichting).

In het buitenland zijn er vakbonden die met succes kiezers mobiliseren. De effectiviteit van opkomstcampagnes is wetenschappelijk onderzocht. Nederlandse vakbonden zouden de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 kunnen aangrijpen om bij wijze van pilot een opkomstcampagne te voeren in enkele buurten in de grote steden.

Politieke campagnes
In Amerika wordt onder de naam Fight for fifteen campagne gevoerd voor echte banen en een minimumloon van $15. In Nederland is de Young & United-campagne gelanceerd om een einde te maken aan de extreem lage jeugdlonen. De campagnes hebben gemeen dat ze werknemers mobiliseren, dat ze succesvol zijn en dat ze opmerkelijk veel maatschappelijke steun krijgen. Maar ook de achterliggende strategie is interessant: beide campagnes willen duurzaam verandering brengen in de verhoudingen op de arbeidsmarkt.

Young & United streeft niet alleen naar eerlijk loon, maar wil ook iets doen aan de cultuur van goedkope, kortdurende arbeidscontracten. Fight for fifteen gaat niet alleen over het minimumloon, maar ook over het recht van werknemers om zich te organiseren.

Uit onderzoek blijkt dat bijna driekwart van de werknemers het belangrijk vindt dat er sterke vakbonden zijn (en onder jongeren is het percentage nog hoger).[1] Toch zijn veel van die werknemers zelf geen lid. Dat kan te maken hebben met free riding (niet meedoen maar wel profiteren), maar het kan ook te maken hebben met de organisatie van het werk. Onzekere contracten maken het bijvoorbeeld moeilijker voor werknemers om zich te organiseren en een vuist te maken.

Vakbondscampagnes kunnen via de politiek de spelregels van de arbeidsmarkt veranderen en daarmee hindernissen wegnemen voor werknemers om zich te organiseren. Dat kan door een betere bescherming van arbeidsrechten, maar ook door maatregelen tegen verschijnselen zoals onzekere arbeidscontracten, legislation shopping, het ontwijken van cao’s en machtsconcentraties van bedrijven.

Vakbond als emancipatiemachine
Het is aardig als politieke partijen kandidaten met een vakbondsachtergrond op hun kandidatenlijst plaatsen, maar zeker zo belangrijk is waar het vakbondskader vandaan komt.

Vanouds functioneerden vakbonden als emancipatiemachine. Ze boden ruimte aan kaderleden om opleidingen te volgen en om door te groeien naar leidende posities in de bond en soms ook in de politiek. Maar geleidelijk zijn de vakbonden ‘geprofessionaliseerd’ en spelen beroepskrachten een grotere rol. “Herman Bode en Arie Groeneveld waren voor hun achterban nog ‘een van ons’, maar dat gold al een stuk minder voor Wim Kok en Lodewijk de Waal”, schreven Mark Bovens en Anchrit Wille in Diplomademocratie (2011).

Afkomst en opleiding bepalen voor een belangrijk deel welke kansen je krijgt in de samenleving. Zonder academische of hbo-opleiding kom je nauwelijks nog in aanmerking voor een Kamerlidmaatschap. Vakbonden kunnen die ongelijkheid terugdringen door hun leden meer mogelijkheden te bieden om zich te ontwikkelen en door te groeien.[2]

Op 26 november organiseert de Vakbondshistorische Vereniging een bijeenkomst over Vakbeweging en politiek. Zie ook de analyse van Floor van Gelder.



  1. Daryl D’Art en Thomas Turner (2013), Trade unions in Europe: Still a relevant social force? In: Are trade unions still relevant? Union recognition 100 years on. Orpen Press. Ook onderzoek van TNO/CBS laat zien dat een ruime meerderheid van werknemers belang hecht aan vakbonden.  ↩
  2. De FNV heeft inmiddels stappen gezet om kaderleden weer actiever bij de bond te betrekken, maar die klus is nog niet af.  ↩

No comments: