Sunday, October 12, 2014

Vakbonden en private equity

Private-equitybedrijven gebruiken geleend geld om bedrijven op te kopen; ze reorganiseren ze en proberen ze vervolgens met winst te verkopen. De werkwijze kan nogal verschillen, maar door de bank genomen zijn de gevolgen voor werknemers negatief (en ook voor andere belanghebbenden, zoals belastingbetalers). Private-equitybedrijven investeren vaak in gezonde bedrijven met werkgelegenheidsgroei en fatsoenlijke lonen. Soms helpen ze deze bedrijven verder te groeien, maar vaak schrappen ze banen en dwingen ze concessies af op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

In een nieuw boek leggen Eileen Appelbaum en Rosemary Batt uit hoe private equity werkt. Private-equitybedrijven richten investeringsfondsen op, ze werven geld onder pensioenfondsen en rijke individuen en ze gebruiken dat geld in combinatie met enorme bankleningen om portfoliobedrijven op te kopen. Soms vervangen ze (een deel van) het management en ze zorgen ervoor dat het management sterke incentives heeft om de belangen van de nieuwe eigenaren te dienen. Vaak schrijft het nieuwe management een eerste 100-dagenplan om het bedrijf te reorganiseren, de schulden te beheren en targets te halen. Na 3-5 jaar, of soms langer, vindt een exit plaats. Het portfoliobedrijf wordt bijvoorbeeld verkocht of naar de beurs gebracht.

Appelbaum en Batt bespreken niet alleen de werkwijze van private-equitybedrijven maar ze analyseren ook hoe werknemers en hun vakbonden hier op reageren. Vaak proberen vakbonden om via onderhandelingen de schade (banenverlies en slechtere arbeidsvoorwaarden) te beperken. Hun onderhandelingspositie is wat sterker als het gaat om gespecialiseerde werknemers die moeilijk te vervangen zijn.

Er zijn ook voorbeelden van vakbonden die hebben gekozen voor een meer offensieve aanpak. Een voorbeeld is Ormet Aluminium, waar de CEO fel antivakbond was. Het bedrijf werd in 2004 overgenomen door een private-equitybedrijf. Staalarbeidersbond USWA ging niet akkoord met de concessies die het bedrijf eiste, waarop het bedrijf besloot de CAO op te zeggen. 1300 werknemers legden het werk neer; ze wisten steun te verwerven van pensioenfondsen die geld in het private-equityfonds hadden zitten; in het hele land werden acties gehouden en road warrior teams doken op bij bijeenkomsten van de bazen van de aluminiumfabriek en van het private-equitybedrijf. Uiteindelijk moest de CEO het veld ruimen en werd er in 2006 een nieuwe CAO getekend.

Appelbaum en Batt gaan ook in op de rol van pensioenfondsen die investeren in private equity. Ze suggereren dat de beheerders van deze pensioenfondsen zich een aantal vragen zouden moeten stellen, bijvoorbeeld:

  • Beheerders van pensioenfondsen zijn gehouden om in het belang van huidige en toekomstige pensioengerechtigden te handelen. Kunnen ze dat wel waarmaken gezien het gebrek aan transparantie in de private-equitysector?
  • Zijn investeringen in private equity wel echt zo winstgevend, in vergelijking met andere investeringen met vergelijkbare risicoprofielen?
  • En hoe zit het met de ongelijke verhouding tussen de investeerders en het private-equitybedrijf (dat veel geld verdient, weinig risico loopt, en er belang bij kan hebben om beslissingen te nemen die niet in het belang van de investeerder zijn)?

Eileen Appelbaum en Rosemary Batt (2014), Private Equity at Work: When Wall Street Manages Main Street. Russel Sage Foundation.

No comments: