Sunday, January 15, 2012

Duitsland en de vakbonden

[Door Dimphy Smeets] - “Prekarisierung”, vrij vertaald als “armoede door onzeker werk”, is sinds een paar jaar een hot issue voor de Duitse vakbeweging. In Nederland is het begrip nog niet zo algemeen ingeburgerd, maar in Duitsland kom je het bijna dagelijks tegen in de krant. Het gaat dan over de uitbuiting en toenemende armoede van werknemers als gevolg van de flexibilisering van de arbeidsmarkt in de laatste tien jaar. Om deze ontwikkeling te keren, maken de Duitse bonden zich momenteel sterk voor een wettelijk landelijk minimumloon van 8,50 euro.
Duitsland kent namelijk geen algemene loonondergrens zoals Nederland. Ook omdat machtige bonden als IG Metall dit jarenlang tegenhielden. Een algemeen geldend minimumloon zouden de loonkosten stijgen. Daarmee zou vanuit de werkgevers de druk toenemen om de hogere lonen juist te verlagen, zo was de gedachte. Duitsland is nu een van de zeven (van de 27) landen binnen de Europese Unie zonder zo’n wettelijke ondergrens.
Anders dan in Nederland, moeten de Duitse bonden bij gebrek aan een wettelijk minimumloon voor elke sector of groep afzonderlijk in de cao een minimumloon afspreken. Waar dat niet het geval is, zijn uurlonen van 4 of 5 euro geen uitzondering. En dat is dus legaal. Daar komt nog bij dat de Duitse Bundesminister für Arbeit und Sozialordnung zelden cao’s algemeen verbindend voor de hele sector verklaart (1,5 procent van alle cao’s in 2008).
Werkgevers zoeken echter massaal naar legale manieren om hele groepen werknemers te kunnen uitzonderen van de cao. En die manieren bestaan, bijvoorbeeld door payroll-achtige constructies (‘Werkverträge”) waarbij hele productieketens uitbesteed worden zodat ze niet onder de geldende bedrijfs-cao vallen. Of door te profiteren van de mogelijkheid om werklozen meerdere malen bij het zelfde bedrijf als ‘stagiair’ in te huren met behoud van uitkering (Amazon).
Ironisch genoeg stond uitgerekend de rood-groene (van SPD en Grünen) regering Schröder begin jaren 2000 met de Agenda 2010 aan de basis van die ‘Prekarisierung’. De Agenda 2010 hield belastingverlaging voor ondernemers in, bezuinigingen op de sociale zekerheid en uitkeringen (Hartz IV-wetten) en lonen, en last but not least flexibilisering van de arbeidsmarkt.
Met de beste bedoelingen: de Duitse arbeidsmarkt was met zijn nadruk op ontslagbescherming en vaste banen wel erg inflexibel geworden. De mogelijkheid om werknemers tijdelijk in te huren bestond nauwelijks en de lonen waren relatief hoog. Met een enorme werkloosheid na de Wiedervereinigung, oplopend tot soms meer dan 25 procent aan de oostzijde van het land, moest er iets gebeuren om de arbeidsmarkt flexibeler en de Duitse economie concurrerender te maken, zo dacht men.
Bondskanselier en SPD-voorman Schröder gold toch al niet als vriend van de vakbonden. Met zijn Agenda 2010 haalde zijn regering zich de gram van de vakbonden op de hals. Tot dan toe was de Duitse vakbeweging - hoewel in naam een eenheidsbeweging waar ook de christendemocraten in thuis zijn - innig verbonden met de sociaal-democraten. De neoliberale koers die de SPD met de Agenda 2010 (in navolging van Tony Blairs ‘Derde Weg’) voer, leidde tot verwijdering tussen de twee groeperingen.
Duitsland is mede dankzij zijn lage lonen inmiddels wel weer de grootste en machtigste economie van Europa. De vakbonden hebben lange tijd meegeholpen met de loonmatiging, zij het knarsetandend. Door de twee decennia durende economische malaise na de val van de muur konden ze soms ook niet anders. Maar toen het vorig jaar eindelijk beter ging met de Duitse economie klonk luid de roep om te stoppen met Duitsland als ‘niedriglohnland’.
Pas recent beginnen SPD en vakbonden weer nader tot elkaar te komen. De SPD deelt als oppositiepartij de mening van Michael Sommer dat “Arbeit in Deutschland zum Teil billig geworden ist wie Dreck”, zoals Sommer het uitdrukt. Hij is als voorzitter van de Deutsche Gewerkschaftsbund (DGB) de Duitse Agnes Jongerius. Daarmee neemt de hoop van de vakbeweging toe dat een volgende regering, met de SPD, een wettelijk minimumloon zal mogelijk maken. Onder de huidige regering van de liberale FDP met de christendemocratische CDU/CSU zal dat waarschijnlijk nog niet lukken.
Inmiddels heeft de regering wel bepaald dat vanaf 1 januari voor de uitzendbranche een minimumloon geldt. Daarmee geldt volgens minister Ursula von der Leyen voor 4 miljoen werknemers in elf sectoren een loonondergrens van 7,01 euro in Oost- en 7,89 euro in West-Duitsland. (Verschil tussen oost en west bestaat dus ook nog steeds.)
Op eigen kracht, zonder de politiek, zijn de bonden ook in Duitsland op dit moment niet bij machte werkelijk een vuist te maken tegen de werkgevers. De organisatiegraad van gemiddeld 20 procent is geflatteerd door de sectoren waar men traditioneel goed georganiseerd is (zoals de metalektro). De situatie lijkt erg op die in Nederland. de Duitse bonden proberen werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt te bereiken door middel van ‘organizing’. Maar het ei van Columbus op gebied van vakbondsvernieuwing is nog niet gevonden.
Dimphy Smeets is webredacteur bij FNV Bondgenoten. Ze heeft aan de Freie Universität in Berlijn onderzoek gedaan naar vakbondsvernieuwing en de economische crisis (2010-2011).

1 comment:

Tonny Groen said...

Prima stuk. Ik ben veel in het voormalig oostduitsland en 4 euro loon is hier standaard, duitsers houden van kool, maar niet elke dag . Hopelijk lukt het de nieuwe vakbeweging in nederland om dit exportproduct buiten de landsgrenzen te houden, tonny groen