Wednesday, July 15, 2009

Loonwijzer Twittert gesprek over de toekomst

[Door Fons Tuinstra] – De Loonwijzer heeft eerder dit jaar een nieuwe mediastrategie gelanceerd. Dat is aan de late kant voor een onlineproject waarbij gegevens over lonen en arbeidsvoorwaarden worden verzameld in nu al 45 landen. Maar als dochter van de voortdurende mediarevolutie kunnen we moeilijk achterblijven, nu we worden ingehaald door nog radicalere revolutionaire krachten.
We zijn niet de enigen die achterlopen: een willekeurige check toont dat vakbonden op zijn best net zijn begonnen om Twitteraccounts aan te maken en nauwelijks actief zijn in andere sociale-medianetwerken. Zelden hebben ze een groot bereik en het staat wel vast dat ze nog geen grote digitale impact hebben. Dit hoeft niet te verbazen, aangezien een groot deel van hun vergrijzende ledenbestand nog steeds zijn informatie uit kranten en andere traditionele media haalt. Deze media moeten niet worden afgeschreven: ze hebben nog steeds een aanzienlijke macht. Hun dominante positie brokkelt af onder druk van faillissementen, fusies en snel dalende oplagen, maar de traditionele media doen nog steeds mee.
Een tsunami aan veranderingen rolt door de generaties en als vakbonden en sociale bewegingen zich niet doen gelden, dan bestaat de kans dat ze worden weggevaagd door deze tsunami.
In veel opzichten heeft de Loonwijzer een andere positie dan vakbonden. Vakbonden zijn op hun best als sociale netwerken, en veel van de nieuwe onlinemogelijkheden zijn erop gericht om zulke sociale netwerken op te bouwen.
“Wij zijn geen sociaal netwerk,” aldus directeur Paulien Osse van de Loonwijzer. “Hoogstens zijn we een sociaal netwerk voor de paar honderd mensen in 45 landen die aan dit project meewerken. Maar voor de rest zijn we een fabriek die gegevens produceert, geen sociaal netwerk.” Maar zelfs als je een fabriek bent is dat geen excuus om de communicatierevolutie die zich voordoet te negeren.
Ook bedrijven zijn nog aan het verkennen hoe ze online aanwezig willen zijn, maar zijn hierin veel verder dan sociale bewegingen. De beste monitoren hun online aanwezigheid en – beter nog – reageren als je ze noemt, bijvoorbeeld op Twitter, LinkedIn, Facebook of Friendfeed. Als je online de naam van de Amerikaanse uitgeverij Wiley laat vallen, dan is de kans groot dat je een beleefde reactie krijgt van hun hoofd PR. Als je Twittert over de slechte website en service van de KLM, dan krijg je op zijn minst een verontschuldiging en soms zelfs een upgrade naar business class op je volgende vlucht. Als je op Twitter vertelt dat je in je verbeten strijd met mieren bent overgeschakeld op een product van Bayer, dan vraagt Bayer of je ze op de hoogte wil houden van de resultaten.
Dit klinkt niet erg revolutionair? De nieuwe onlinemogelijkheden en vooral Twitter vormen een keerpunt. Voor Twitter is het niet meer van belang om een platform te creëren, maar wel om je te richten op de conversatie. De nieuwe media prediken al lang dat de conversatie belangrijker wordt dan het platform, maar buiten de digitale voorhoede had niemand een idee wat daarmee werd bedoeld. Door Twitter is het opeens zonneklaar: het heeft een weinig geavanceerde website en de aanvullende gereedschappen om te registreren, berichten te verzenden, ze te lezen en te reageren zijn veel beter dan de Twitterwebsite zelf.
Inmiddels voelen niet alleen kranten en omroepen de impact van de nieuwe mediarevolutie, ook andere platforms zoals e-mail, websites, weblogs en portals zien hun bezoekersaantallen dalen.
De centrale strategie van de Loonwijzer is om onderdeel te worden van de conversatie, of die conversatie zelf te beginnen. Het bouwen van een redelijke website is zo kinderlijk eenvoudig geworden dat iedereen het kan. Dus als de Loonwijzer in de toekomst bezoekers wil blijven trekken om de zo belangrijke vragenlijsten in te vullen, dan moet ze een leidende kracht worden in de mondiale discussie over loon en arbeidsvoorwaarden. De website, traditionele media, nieuwe media en zelfs Twitter zijn slechts instrumenten voor die conversatie.
Gelukkig bevindt het project zich in een gunstige uitgangspositie om dat gesprek te entameren. In de eerste maanden hebben we intern missiewerk verricht en andere nationale teams enthousiast gemaakt om mee te doen. We zijn begonnen met snelle webpolls zodat we ons internationale publiek snel kunnen ondervragen over actuele thema’s. We zijn internationale salarisvergelijkingen gaan maken voor verschillende beroepen en we proberen een verzamelpunt te worden voor internationaal nieuws over lonen, uit onze 45 landen, maar ook uit andere bronnen.
We zijn nu een paar maanden bezig en het is nog veel te vroeg om te zeggen of we op het goede spoor zitten of niet. Maar de communicatierevolutie gaat door, en we kunnen ons niet veroorloven om haar te negeren. Verandering is onvermijdelijk.
Fons Tuinstra

No comments: